Jacques d’Ancona zag hoe toneelgroep Unea uit Schoonloo zich een klucht van Molière eigen maakte
Een van de bekendste, L’Avare ( De Vrek ), noteerde hij als karakterblijspel. Daar kun je van alles mee, bedacht Jack Lok, de bewerker/regisseur, en de toneelgroep Unea uit Schoonloo nam het idee over om Molière na vierhonderd jaar mee te slepen naar onze tijd.
De jaren tachtig dus, toen dukaten en florijnen als betaalmiddel al lang waren vervangen door de gulden. Het is nuttig dit even vast te stellen, want het stuk gaat over geld. Om exact te zijn: over Harpagon, die er een nederige knieval voor maakt. Een tamme gek, maar niet geheel ongevaarlijk. Een afschuwelijke man, tevens een gierige hork. De aasgier die als verdienmodel altijd ijzers in het vuur houdt en zijn fortuin in de tuin begraaft. Volslagen paranoia, bovendien. De hielenlikkers eten uit zijn hand en Harpagon hanteert als strategie hen afhankelijk te maken. Dat was eeuwen geleden al zo. Molière (echte naam Jean Baptiste Pocquelin) was voorstander van levensechtheid en hij hoefde slechts om zich heen te kijken. De plot leende hij van Plautus, Griekse auteur uit de oudheid.
Het schrappotlood bleek zoek
Gebeurtenis komedie De Vrek
Vrij naar Molière
Bewerking, regie Jack Lok
Door toneelgroep Unea
Met Wilma Woldhuis, Klaas Lindeboom, René Waninge, Corine Kuin, Justin Migchelbrink, Mary Beerepoot, Bas de Haas, Grea Dobben e.a., plus band
Gezien 30/6 Schoonloo, De Strubben
Publiek 95
Molière was niet van subtiele, broze typeringen. Daarin is Jack Lok hem gevolgd via de dankbare thema’s als geld en gedwarsboomde liefdesaffaires. Hoewel, minder spits, al schetst hij in breedvoerige dialogen Klaas Lindeboom in de hoofdrol als een aalgladde karikatuur. Een doortastende, schaamteloze beslisser, tuk op een dealtje met zijn slachtoffers, wars van risico’s. De overdrijving had best wat steviger gekund, trouwens. Maar ja, na een lekkere, vlotte start speelde nervositeit een bijrol. Daaronder lijden tempo en tekstbeheersing. Zo gaat het nu eenmaal bij een gretige amateurvereniging die kampt met een tekort aan mannen. In twee personages én als interrumperende souffleur kon Grea Dobben echter haar vaardigheid meer dan bewijzen.
Het is duidelijk een praatstuk met hindernissen, en het schrappotlood bleek zoekgeraakt, helaas. Dat deerde Wilma Woldhuis totaal niet. Van de strijdbare koppelaarster Frosine – Lok handhaafde de Franse namen van het originele stuk – maakte ze een kostelijk type. Ook René Waninge ging er drastisch tegenaan in zijn dubbelfunctie als kok en chauffeur, terwijl Bas de Haas een knecht vertolkte die niet te beroerd is om zijn broek te laten zakken. Dan komt de klucht dichtbij.
Geen probleem, maar ze doen er goed aan om het volgend jaar een accent te deponeren op de technisch belangrijke factoren van belichting en geluid.